Nieuwsje! Nieuwsje! Zeg moet die Timmer-mans, s ff heel goed luusteren. Ik weet, al-leen nie zo goed, waar-naar. Ik denk, da ik, daar nog s over ga na-denken, met n roseetje. We gaan, maar s vaccineren. Snapt er iemand, da ik, nie kan bellen? Hij ligt op mn kastje, da = best ver, voor iemand, die nie, kan lopen, Vaccinnetje: T= n bitje mosterd, na t maal-tijdje, maar ik wou maar gaan in-enten tegen, ver-drinken. Brand-wondjes, heb ik, ge-daan. Ik ben, t ver-geten, offe noe ja ze hebben t me laten ver-geten. Be-dankt eh vieze, vuile, gore, smerige smeer-lap. -We moeten, koelen, of op-warmen. Ver-bergen, nooit nooit al-tijd de nooit nooit al-tijd om-geving. Jig-saw zegt, al-tijd da ik aan de ...